Terug naar de hoofdpagina


Congres Nederland - Vlaanderen 2008
Congres Nederlandstalig hoger
onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Het congres is een gezamenlijk project van de stichting Nederlands, de vereniging voor Nederlandstalige terminologie NL-TERM en het Algemeen-Nederlands Verbond ANV in Vlaanderen te Brussel. Tijdens het congres is de vraag aan de orde gesteld wat de teloorgang van het Nederlands in, vooral, het Nederlands universitair onderwijs betekent voor het tertiair onderwijs en, bij uitbreiding, voor de hele Nederlandse taalgemeenschap. Er zijn voorstellen gedaan voor de herinvoering van het Nederlands in het tertiair onderwijs, waar dat nu is verdrongen door het Engels.
Tijdens het congres is de Lofprijs 2007 van de stichting Nederlands uitgereikt aan Thomas von der Dunk. Sofprijswinnaar Jan-Peter Balkenende had laten weten de prijs niet ontvangst te zullen nemen. Het congres id besloten met een rondetafeldiscussie over stellingen, die aan het slot aan politici en beleidsfunctionarissen zijn voorgelegd.
Omslag boekInmiddels is bij Academia Press in Gent de bundel Nederlands in hoger onderwijs & onderwijs? verschenen. In het boek gaan diverse auteurs in op het proces van taalverdringing dat er momenteel in het hoger onderwijs in Nederland en, in minder mate, Vlaanderen plaatsvindt. Het boek is voor een deel de weerslag van het congres over dit thema dat op 10 oktober 2008 is gehouden in het Vlaamse parlement in Brussel. Het boek is geactualiseerd en, onder meer, uitgebreid met een bijdrage van Thomas von der Dunk, die hij heeft uitgesproken bij de uitreiking van de Lofprijs der Nederlandse taal 2008 aan Linda van den Bergh in Eindhoven op 19 mei 2009. Het boek is een pleidooi voor de herinvoering en/of instandhouding van het Nederlands als taal van het hoger en wetenschappelijk onderwijs op straffe van marginalisering. "Het beschermen van het Nederlands als onderwijstaal heeft niets te maken met voorbijgestreefde taalromantiek en/of taalnationalisme, maar met onderwijskwaliteit in het hoger onderwijs, met gelijke kansen aan iedereen en met het afstemmen van het taalbiotoop van de overgrote meerderheid van de studenten in het hoger onderwijs, tevens het biotoop waarin het grootste deel van hen na hun studie tewerkgesteld zullen worden. Redelijkheid is de boodschap", schrijft Alex Vanneste, hoogleraar Frans en sociolinguïstiek aan de universiteit van Antwerpen, in zijn bijdrage. Het boek kost € 17,- en is te bestellen via www.story.be, de Noord Nederlandsche boekhandel of via de reguliere boekhandel.

Het Brussels zeikertje


Herinvoering Nederlands
aan de universiteiten
In veel studierichtingen is het in 2008 niet meer mogelijk aan een Nederlandse universiteit in het Nederlands af te studeren. Wie dat toch wil, studeert af in Vlaanderen. Enkele universiteiten zijn wat de latere studiejaren betreft volledig op Engels overgeschakeld, zoals de, voormalige, Landbouwuniversiteit Wageningen en de technische universiteiten. De andere volgen op steeds kleinere afstand.
De geleidelijke vernederlandsing van het hoger onderwijs in Nederland dat na drie eeuwen in de 19e eeuw vrijwel voltooid was, is in twee decennia teruggeploegd. Niet naar het Latijn maar naar het Engels. In Vlaanderen verliep het anders. Tot de emancipatie in het begin van de 20e eeuw werd het Nederlands in Vlaanderen niet toegelaten tot het hoger onderwijs. De overgang van Franstalig naar Nederlandstalig hoger onderwijs in 1930, ligt veel Vlamingen nog vers in het geheugen. Het prijsgeven van het Nederlands voor een andere taal ligt daarom gevoelig. Hoewel de argumenten voor verengelsing in Vlaanderen dezelfde zijn als in Nederland, zorgt deze gevoeligheid er voor dat de verengelsing via regelgeving maar ook in de praktijk wordt weerstaan. Het congres zal aandacht schenken aan drie eeuwen vernederlandsing van het hoger onderwijs en de wetenschap, onder impuls van coryfeeën zoals Simon Stevin, Herman Boerhave en velen na hen.

De Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen-Nederland (CVN) onderzocht in 2007 het gebruik van het Engels als onderwijstaal in de universiteiten in de beide landen. Het rapport met informatie over de feitelijke toestand bevat ook nuttige informatie over wetten en decreten in de beide landen. Conclusies 1) uit het rapport:
"Voor de meeste Nederlandse universiteiten geldt dat het aandeel van het Engels in het bacheloronderwijs beperkt blijft, terwijl in de masterfase de helft of meer van het onderwijs in het Engels gegeven wordt. Het aandeel van het Engels in de masterfase is voor (verreweg) de meeste Nederlandse universiteiten hoger dan de 20% die door de Commissie CVN aanvaardbaar wordt geacht.
In Vlaamse universiteiten is het aandeel van het Engels (doorgaans) beperkter. Vaak wordt het Engels gebruikt in een (beperkt) aantal duidelijk afgebakende opleidingen of onderdelen, die worden opgesomd in het taalverslag dat Vlaamse universiteiten jaarlijks opstellen. Overigens hebben Engelstalige opleidingen en onderdelen vaak ook een variant die in het Nederlands gedoceerd wordt."
De Nederlandse organisatie voor internationale samenwerking in het hoger onderwijs (Nuffic), publiceerde met trots een samenvatting van een in maart 2008 uitgekomen rapport van de Europese vereniging voor Academische Samenwerking (ACA). Volgens dat rapport bieden steeds meer universiteiten in niet-Engelstalige landen in Europa onderwijs in het Engels aan. Nederland is de onbetwiste leider op dat gebied, met Finland op de tweede plaats. Voor het onderzoek zijn alle officiële instellingen (ongeveer 2.200) in 27 niet-Engelstalige Europese landen onderzocht.
In de afgelopen vijf jaar is het aantal Engelstalige programma's ongeveer verdrievoudigd tot ongeveer 2.400 in heel Europa. In de meeste Europese landen komt Engelstalig onderwijs weinig voor met uitzonderingen Nederland, Finland en de Scandinavische landen. In Zuid-Europa is Engelstalig onderwijs erg zeldzaam. Het grootste deel van de Engelstalige programma's - ongeveer 80% - wordt op masterniveau aangeboden. Technische studies lopen voorop, op de voet gevolgd door bedrijfskundestudies. Taalproblemen van hoogleraren en studenten spelen een relatief kleine rol, volgens het rapport.

Wetgeving
De wetgeving betreffende het taalgebruik verschilt in Vlaanderen en Nederland niet eens zo veel, het maatschappelijk draagvlak wel. Wet en decreet wijzen het Nederlands zowel in Nederland als in Vlaanderen ondubbelzinnig aan als de taal van het hoger onderwijs. Wet en praktijk verschillen echter aanzienlijk; in Nederland nog veel meer dan in Vlaanderen. De Nederlandse wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs, het laatst gewijzigd in 2000, bepaalt dat "Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands". Die taalclausule noemt daarna drie specifieke gevallen waarin van deze algemene regel mag worden afgeweken. Het Vlaamse decreet betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs van 2003 bepaalt: "§ 1.: De onderwijstaal in hogescholen en universiteiten is het Nederlands". Op die algemene regel zijn, net als in Nederland, uitzonderingen mogelijk. De wetgevers die dit niet lang geleden besloten, hebben vooral in Nederland gedoogd dat de universitaire besturen de uitzonderingen op de algemene regel tot norm hebben verklaard. Daardoor wijkt de praktijk vaak heel sterk af van de wet en wordt de indruk gewekt dat de wetgever niet geïnteresseerd is in de naleving van de wet.
studeren in Leiden
De taalkundige tweedeling die de universiteiten doorvoeren heeft grote gevolgen voor de sociale en politieke samenhang en stabiliteit van de Nederlandstalige samenleving. Op korte termijn overheerst verwarring, omdat velen onzeker zijn welke taal in welke omstandigheden te gebruiken en in welke taal de kinderen zullen worden opgevoed. Dat doet zich niet alleen voor in het hoger onderwijs, maar ook in het voorbereidend onderwijs. In een latere fase, als de positie van het Engels als taal van de academische bovenlaag is gestabiliseerd, zal een taalmobiliteit op gang komen van gezinnen die aangetrokken worden door die bovenlaag. Het is te speculatief waartoe dit proces over 50 of 100 jaar zal leiden, maar het is zeer waarschijnlijk dat door die taalverdringing gedurende lange tijd de samenleving grondig uit balans zal worden gebracht, met alle, ook politieke, onzekerheid van dien. Daar hebben de Vlamingen ervaring mee, na eeuwen Franstalige dominantie. Nog heeft België het stadium van een politiek stabiele staat niet bereikt; het einde van de pogingen die toestand te bereiken is nog niet in zicht.

Dramatisch
De gevolgen voor de Nederlandse taal van de verengelsing van het hoger onderwijs zijn dramatisch voor het behoud van de taal als cultuurtaal. Nieuwe Nederlandse taalvormen ontstaan nog wel bij de jeugd, terwijl volwassenen, die zich in bedrijfs- en vakgebieden bewegen, naar het Engels reiken als zij nieuwe begrippen moeten benoemen. Het wegvallen van het Nederlands uit de academische en de daarmee samenhangende vakgebieden heeft directe gevolgen voor de ontwikkeling van de Nederlandse terminologie op die gebieden. Hoger opgeleide Nederlandstaligen zullen niet meer in staat zijn een redevoering te houden of zelfs een artikel te schrijven in het Nederlands, zonder te moeten grijpen naar Engelse woorden; zelfs voor veelvoorkomende begrippen. Nederlands zal nog lang een taal blijven voor huishoudelijk gebruik en voor dichters.
Aankomende studenten zijn nu nog voornamelijk in het Nederlands opgevoed en gevormd. Zij moeten zich grote extra inspanningen getroosten om de Engelse lessen aan de universiteit te volgen, inspanningen die ten koste gaan van de beheersing van het vak. Universiteiten kunnen het zich echter niet veroorloven alleen Engelstalige docenten aan te stellen, die ook aan de hoogste eisen voldoen wat hun beheersing van het vak betreft. Naar dat type docent bestaat wereldwijd immers een grote vraag. Het gevolg van de universitaire taalpolitiek is daarom dat de kennisoverdracht in college- en instructiezalen verre van ideaal is. Naar dit onderwijs in een voor zowel docent als student vreemde taal is onderzoek gedaan. De conclusies daarvan zijn dat de kwaliteit van de kennisoverdracht achteruit gaat. Maar ging het de vernieuwers van het hoger onderwijs niet in de eerste plaats om de kwaliteit, zowel van de individuele afgestudeerde als van de instellingen? Het is niet te begrijpen waarom een zo ingrijpende taalhervorming van het hoger onderwijs wordt doorgevoerd zonder dat die is gestoeld op studies die aantonen dat van een dergelijke hervorming kwalitatieve verbeteringen mogen worden verwacht.
Als het belangrijk is dat sommige studenten in het Engels onderricht worden, dan kunnen die zich beter inschrijven bij universiteiten in Engelstalige landen, waar het onderwijs op een hoog niveau staat. Het argument dat "Engels nu eenmaal de taal van de wetenschap is", zoals voorstanders van de verengelsing niet moe zijn te verkondigen, snijdt weinig hout als bedacht wordt dat zo'n 90% van de universitair afgestudeerden niet in de wetenschap terechtkomt. Het grootste deel van de studenten, dat na het afstuderen zeer waarschijnlijk bij Nederlandstalige bedrijven en overheden gaat werken, kan zich bij Nederlandstalige programma's geheel concentreren op de verwerving van kennis en kunde.

Politieke wil
Het congres zal zich tenslotte bezighouden met de vraag wat er moet gebeuren opdat het Nederlands zijn rol als onderwijstaal in Vlaanderen en Nederland weer volledig kan opnemen. Politieke wil van de vertegenwoordigers in regeringen en de parlementen staat voorop, maar, even belangrijk, ook die van de besturen in het hoger onderwijs, de docenten en de studenten. Zoals dat tot ver in de 20ste eeuw het geval was, moet het voor Nederlandstaligen weer normaal zijn dat zij in het Nederlands onderwijs volgen zoals ook de wet bepaalt. Zij kunnen zich dan weer spiegelen aan het hoger onderwijs in verreweg de meeste Europese landen, waar onderwijs in de taal die men spreekt volkomen normaal wordt gevonden. Ook de Europese Unie zal wel een eerlijk beleid willen voeren. Als zij veeltaligheid werkelijk beschouwt als de grondslag voor het Europese model van samenwerking, zoals zij zegt in de uitspraak "eenheid in verscheidenheid", dan moet zij die verscheidenheid ook uitdragen en bevorderen; vooral in het hoger onderwijs waar de toekomstige generaties leidende Europeanen worden gevormd.
Politieke wil volstaat niet. De voorstanders van verengelsing hebben een punt als zij stellen dat de leefomgeving voor veel wetenschappelijke disciplines internationaal en meestal Engelstalig is en dat mede daardoor de infrastructuur voor de Nederlandstalige wetenschapsbeoefening en voor het hoger onderwijs verwaarloosd is. Daarom zijn inhaalinvesteringen in de Nederlandstalige academische infrastructuur noodzakelijk, des te meer voor die vakgebieden waarin zulke investeringen de laatste twintig jaar niet meer zijn gedaan. Die investeringen hebben vooral betrekking op taal en communicatie: de voortgaande uitbouw van de Nederlandstalige wetenschappelijke litteratuur, in een nationale ?n internationale context; de ontwikkeling van vooral Nederlandstalig didactisch materiaal volgens methodieken die inhoudelijk aansluiten bij Europese wetenschappelijke en didactische tradities; de uitbouw en verdieping van de Nederlandse vaktalen en de wetenschappelijke woordenschat. De Nederlandse minister voor onderwijs Ronald Plasterk heeft in november 2007 over dit onderwerp enkele waardevolle beleidsuitspraken gedaan tijdens het Taaluniedebat in Brussel over de opmars van het Engels. Als lid van het Comité van Ministers van de Taalunie zei hij:
"Waar de Taalunie zich vooral om bekommert, is dat Nederlands een taal moet blijven die altijd en overal gebruikt kan worden. Dus ook voor de wetenschap en in het onderwijs. Immers voor miljoenen is Nederlands de taal waarin ze denken en fantaseren. Veel van hen zouden iets missen wanneer hun gedachten en denkbeelden op een taalbarriè als ze een wetenschappelijk niveau bereiken. Met dat laatste bedoel ik bijvoorbeeld dat er ook Nederlandstalige terminologie moet zijn." Tijdens het congres zal worden onderzocht hoe deze beleidsvisie uitgevoerd kan worden en of de wetenschappelijke en onderwijsinstellingen hierin meegaan. Een taal die niet gesproken wordt is geen taal, maar een historisch document, al staat zij op moderne informatiedragers.

Jan Roukens

1) Het Engels als voertaal aan onze universiteiten? Rapport door Albert Oosterhof voor de Commissie Cultureel Verdrag Vlaanderen ? Nederland, 2008


® Uitgave van de stichting Nederlands