We zouden elkaar beter kunnen verstaan

Germaanse talen in EuropaNederlandse kinderen zouden een andere Germaanse taal sneller leren als  het onderwijs zich meer richt op verstaan dan op spreken en schrijven. Dat stelt Femke Swart die een onderzoek heeft gedaan naar de onderlinge verstaanbaarheid van Germaanse talen. We praten dan over Nederlands, Fries, Duits, Engels, Zweeds, Noors en Deens (Swarte heeft niet alle Germaanse talen bekeken). Zo zouden meer verschillende Germaanse talen kunnen worden onderwezenen en kan de diversiteit aan talen binnen de Europese Unie beter worden beschermd, denkt Swart.

De onderlinge verstaanbaarheid tussen deze talen verschilt. Deens en Zweeds zijn onderling het best verstaanbaar, maar ook Nederlands en Duits zijn over en weer verstaanbaar. Van de onderzochte Germaanse talen  zou het Engels door de meeste sprekers van de andere Germaanse talen worden verstaan. Ik geloof daar niet zo veel van. Engels wordt in alle andere landen met een Germaanse taal stevig onderwezen, dus hoe meet je dat dan? Britten verstaan de andere talen het minst goed.
Het voorbeeld van het Engels onderstreept een belangrijke bevinding uit haar onderzoek, vindt de promovenda. Blootstelling aan een taal blijkt de krachtigste voorspeller te zijn voor de verstaanbaarheid van die taal. Britten worden aanzienlijk minder blootgesteld aan Nederlands of Duits dan Nederlanders of Duitsers aan Engels. Het luisteren naar en het lezen van een taal lijken dan ook sneller bij te dragen tot het eigen maken van een taal dan bijvoorbeeld het stampen van veel grammaticaregels of het nastreven van spreekvaardigheid.
Een andere goede voorspeller is de zogeheten lexicale afstand tussen talen. Een kleine lexicale afstand tussen Germaanse talen betekent dat deze veel woorden delen die een vergelijkbare historische oorsprong hebben. Denk aan het Duitse ‘Hund’ en het Nederlandse ‘hond’ tegenover het Engelse ‘dog’. Swarte ziet hier veel mogelijkheden voor het onderwijs door deze gelijkenissen nadrukkelijker in te zetten in leermethodes als gevolg waarvan leerlingen zich een taal sneller eigen kunnen maken.

YouTube

In haar eigen lessen laat Swarte leerlingen regelmatig luisteropdrachten maken en YouTube-filmpjes bekijken waarin bijvoorbeeld die gelijkaardige woorden een rol spelen. Ook collega-onderzoekers hebben goede ervaringen met oefeningen die gericht zijn op het versterken van taalherkenning. “Er zijn aanwijzingen dat de woordenschat op deze manier ook groter wordt. Ook vinden leerlingen het vaak heel leuk dat je op deze manier met taal bezig kunt zijn.”
Het onderzoek kan gevolgen hebben voor de communicatie in Europa. Denen en Zweden weten uit ervaring dat zij elkaar kunnen verstaan zonder elkaars taal te spreken. Swarte denkt dat Duitsers en Nederlanders deze receptieve meertaligheid beter kunnen benutten. Omdat Nederlanders Duits op school krijgen, zijn ze geneigd om Duits te spreken als zij een Duitser tegenkomen. De resultaten van het onderzoek laten echter zien dat Duitsers het Nederlands ook bovengemiddeld goed kunnen verstaan, zeker in globale situaties. Swarte denkt daarom dat waar Duitsers en Nederlanders elkaar gewoonlijk tegenkomen, zij de onderlinge verstaanbaarheid beter kunnen benutten. Swarte adviseert toekomstige onderzoekers dan ook om zich te richten op de vragen hoe mensen zich receptieve vaardigheden sneller en gemakkelijker eigen kunnen maken en hoe deze in het onderwijs kunnen worden toegepast.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *