Categorie archief: Taal in tertiair onderwijs

Waar blijven die neerlandici? (2)

Vorig jaar vroeg ik me af (ik vraag het me al jaren af): Waar blijven die neerlandici? Eindelijk lijkt er in Nederland een discussie ontbrand over de verregaande verengelsing van het universitaire onderwijs. De Volkskrant constateerde dat 60% van het universitaire onderwijs in het Engels is en de tendens is naar meer (Engels). Daarop reageerde Volkskrantredacteur Martin Sommer met een pleidooi voor de herinvoering van het Nederlands (Nee tegen stone coal English). Daar volgden reacties op in de Volkskrant, maar ook in NRC Handelsblad. Stukjesschrijver Louise Fresco, voorzitter van de raad van bestuur (!) van Wageningen Universiteit (!), probeerde met een reeks rammelende argumenten de keuze voor het Engels te rechtvaardigen.

Op allerlei andere plaatsen werd ook een steentje bijgedragen aan de discussie. Het was een beetje laat, maar eindelijk krijgt de Nederlander in de gaten dat zijn taal om hals gebracht wordt door al te ambitieuze regelaartjes in de universiteitswereld. Die moeten omzet draaien. Nog steeds heerst er een doodse stilte van het ‘front’ der neerlandici. Waar blijft hun stem? Ik hoor ze niet. Ze zouden op zijn minst kunnen opkomen voor hun eigenbelang. Wie aan hun taal zit, zit aan hun werkgelegenheid, maar, voor zover ik het bijhoud, speelt bij neerlandici de taalverdringing van het Nederlands in Nederland niet.

Een tijdje terug maakten enkele hoogleraren zich druk over het saaie vak Nederlands. Dat moet flitsender.  Uitstekend, het kan me niet flitsend genoeg, maar waar blijft hun protest tegen de verengelsing van het middelbaar en lager onderwijs? Of vinden ze het allemaal wel okay zo? Deels dezelfde hoogleraren maakten zich eerder, terecht, druk over het Nederlands in het universitair onderwijs in den vreemde, maar blijven stil als de 2de Kamer enthousiast instemt met de vertweetaliging van het Nederlandse basisonderwijs. Dat lijkt een beetje op pennywise en poundfoulish (om eens leentjebuur te spelen bij de Angelsaksen).

 

KNAW gaat op herhaling

De omslag van het rapport "Nederlands, tenzij..." uit 2003
De omslag van het rapport “Nederlands, tenzij…” uit 2003

De Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) kreeg in 2004 de eerste Lofprijs der Nederlandse taal voor het rapport “Nederlands, tenzij…” Inmiddels zijn we zo’n dikke tien jaar verder en niemand heeft zich wat van dat rapport aangetrokken. De Nederlandse universiteiten zijn steeds verder verengelst en tegenwoordig is het normaal dat het academische jaar ook in het Engels geopend wordt. De KNAW gaat de taalsituatie aan de universiteiten weer eens onderzoeken. KNAW-president José van Dijck noemde de kwestie  op een VSNU-symposium heel actueel, maar dat is die natuurlijk alles behalve.  Kennelijk moet ze zich nog inlezen en een beetje om zich heenkijken. De Nederlandse universiteiten hebben al lang hun rug naar de Nederlandse samenleving gekeerd en hebben uit marketingoverwegingen gekozen voor het Engels, zoals ook maar weer eens blijkt uit het symposiumverslag.

Sedert de rector-magnificus is onttroond als hoofd van de universiteit en de voorzitter van een college van bestuur de skepter aan de alma mater zwaait, zijn universiteiten zich gaan gedragen als bedrijven die omzet moeten maken. Die hebben geen boodschap aan wetenschap en cultuur maar aan omzetcijfers. Het is natuurlijk uiterst vreemd dat instellingen die op zoek zijn naar feiten over hoe de wereld (en omstreken) in elkaar steekt, zich bij de overstap van het Nederlands naar Engels als communicatietaal aan de Nederlandse universiteiten zich niet of nauwelijks door feiten hebben laten leiden. Ik ken weinig onderzoek naar de invloed van de gebruikte lestaal bij universiteiten op de kennisoverdracht. Die ik ken zijn niet echt positief. Meneer Paul, collegevoorzitter van de zulo in Maastricht, zei op het VSNU-symposium dat we ons niet door emoties zouden moeten laten leiden bij de discussie over de taal van de universiteit. Nee, Paul houdt zich liever met euro’s bezig. Dat universiteiten ook een belangrijke culturele taak hebben in een samenleving die ze van de middelen voorziet, weet deze brave, mollige borst waarschijnlijk niet en als ie het wel weet heeft ie er geen boodschap aan.

Samenleving

Als de Nederlandse universiteiten steeds meer hun rug keren naar de Nederlandse samenleving, dan zouden die universiteiten niet raar moeten opkijken als die samenleving op een gegeven moment zegt: doppen jullie je eigen boontjes maar.  Voorlopig zie ik het ons parlement nog niet zeggen. Die zijn maar al te enthousiast over de verengelsing van het Nederlandse onderwijs.
En ons Jetje? Och gut, die Jetje. Hoe die minister van onderwijs geworden is mag god weten, maar veel onderwijs lijkt ze niet genoten te hebben of daar althans weinig van te hebben opgestoken. Jetje vindt dat er best nog wel veel Nederlands gebruikt wordt op de Nederlandse universiteiten, zei ze niet al te lang geleden in een vraaggesprek. De lieve schat is zich er kennelijk niet bewust van dat de wet voorschrijft dat Nederlands de voertaal is aan de Nederlandse universiteiten. Die regel, ik heb het al vaker gezegd, wordt met voeten getreden onder de ogen van opeenvolgende onderwijsminsters en -staatssecretarissen. Die taalclausule is in wet terechtgekomen door toedoen van (wijlen) Aad Nuis. Een D66-er, net als mannetje Pechtold en Sofprijswinnaar Jan Paternotte. Beide laatste enthousiaste voorstanders van de verengelsing van het Nederlandse onderwijs. Het kan verkeren.

Jet vindt dat het wel meevalt

Geert Grote PenJet Bussemaker, onze wat stuntelige minister van onderwijs, cultuur & wetenschappen vindt dat de hoeveelheid Engels aan de Nederlandse universiteiten nogal meevalt. “Eigenlijk zie je het bijna alleen maar bij het masteronderwijs; er zijn maar weinig Engelstalige bacheloropleidingen”, zegt ze in een vraaggesprek met Kennislink.  Nee Jet, het val helemaal niet mee en zeker niet als je bedenkt dat volgens de wet het Nederlands de voertaal is op de Nederlandse universiteiten. Ooit, ik dacht dat in 2010 was, verkondigde verkondigde ene Ad van Deemen met trots dat er bij hem, het baasje gaf aan de Radbouduniversiteit bedrijfskunde, dat er bij hem geen Nederlandstalige scriptie door zou komen. Onwetenschappelijk, beweerde de sukkel, die alleen al om zo’n uitspraak had moeten worden ontslagen en de taalverdringing aan de Nederlandse universiteiten gaat onverminderd voort. Onlangs heeft de stichting Geert Grote Pen (lijkt me wat te veel spaties, maar zo heet die stichting) besloten na vijf jaar te kappen met die prijs. Die prijs was bedoeld voor de beste wijsgerige eindscriptie. Nederlandstalig, wel te verstaan. Dit jaar waren er al heel weinig inzendingen uit Nederland. Volgens de stichting geldt er aan de Nederlandse universiteiten een de facto taalverbod als het gaat over de taal van eindscripties. Dat desastreuze taalbeleid van de Nederlandse universiteiten, de Vlaamse zijn nog niet zo ver heen, heeft de stichting doen besluiten te stoppen met de Geert Grote Pen. Nee Jet, het valt helemaal niet mee met het Engels op de Nederlandse universiteiten. Het Nederlands wordt er uit gerangeerd en de politiek, met Bussemaker aan het hoofd, kijkt er naar er roept dat het nogal meevalt. Hoe wordt zo iemand minister? Die iemand is ook nog verantwoordelijk voor de Taalunie. God hebbe haar ziel (en dan heb ik het over de Taalunie)…

Waar blijven de neerlandici?

De bezuinigingen die de Nederlandse Taalunie aankondigde op, onder meer,  de zomercursussen voor, buitenlandse, studenten Nederlands en op de de aanvullingen van de salarissen van Neerlandici in den vreemde, hebben tot een vrij breed protest van hoogleraren en andere neerlandici geleid. Er verschenen opiniestukken in NRC Handelsblad en De Standaard. Geweldig. Helemaal mee eens. Het lijkt er zelfs op dat de Taalunie de boel nou probeert te lijmen. De organisatie heeft een onderhoud gehad met het bestuur van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek en het lijkt er op dat de Taalunie zijn best gaat doen de scherpe kantjes van de bezuinigingen af te slijpen. Of dat lukt is nog maar zeer de vraag, want linksom of rechtsom: de Taalunie krijgt gewoon minder geld van de overheid om haar werk te doen. Taal is bijzaak, voor onze regering in Nederland.

In deze kwestie verbazen me een aantal zaken, maar waar ik het hier over wil hebben is de vraag: Waar blijven die neerlandici als het Nederlands in het onderwijs keer op keer in zijn hemd gezet wordt? Ik las net dat de universiteit van Utrecht alle onderwijs in de tweede fase in het Engels wil laten geven. Ik heb weinig neerlandici horen protesteren. Zonder al te veel weerstand krijgt staatssecretaris Sander Dekker zijn plannetjes door de Tweede Kamer om het basisonderwijs te vertweetaligen. Welk probleem denkt hij daar mee op te lossen? Niemand die het hem vraagt. Waar blijven de neerlandici? Iedereen doet of zijn neus bloedt als dit soort kwesties worden bepraat. Handig toch, dat Engels? Hartstikke, maar schieten we nu te kort? Hoogst onwaarschijnlijk. Waar zijn de neerlandici om die flutideeën door te prikken?

Afrikaans verdwijnt aan de Zuidafrikaanse universiteiten

Zuid-Afrikaans minister van hoger onderwijs Blade Nzimande
Zuid-Afrikaans minister van hoger onderwijs Blade Nzimande

In een artikel in het Belgische blad Knack wordt gesteld dat het Afrikaans in Zuid-Afrika steeds meer uit de openbaarheid wordt verdrongen. Het artikel gaat over de Zuid-Afrikaanse universiteiten. Dat is natuurlijk niet helemaal het openbare leven. Knack had eenzelfde artikel kunnen schrijven over het Nederlands aan de Nederlandse universiteiten.
Het verschil tussen Nederland en Zuid-Afrika is dat in Nederland de universiteiten geheel zonder enige dwang op grote schaal overstappen op het Engels, een gevolg van het gigantische minderwaardigheidscomplex dat Nederlandse universitaire bestuurders hebben als het om hun eigen taal gaat. In Zuid-Afrika dwingt de minister van onderwijs Blade Nzimande de weinige instituten voor hoger onderwijs die nog het Afrikaans als lestaal hanteren om op het Engels over te schakelen. Zijn argument is dat iedereen moet kunnen studeren. Waarom dan Engels en niet, om maar wat te noemen Zoeloe of een van de andere officiële talen van Zuid-Afrika? Is Engels dan niet de taal van de oude kolonisator en onderdrukker?
Verschillende Afrikaanstalige universiteiten zijn al (of niet deels) overstag gegaan, waaronder de universiteit van Stellenbosch. De toorn van Nzimande is nu gericht op Akademia, een instelling voor hoger onderwijs die is opgezet om hoger onderwijs in het Afrikaans te geven. “Die staat is in ‘n stryd gewikkel om so vinnig moontlik kapasiteit te skep om meer studente te kan akkommodeer. Die effek hiervan is dat daar baie druk op voormalige Afrikaanse instellings om Engels as voertaal aan te neem en het die Afrikaanse hoër onderwys aanbod drasties gekrimp gedurende die afgelope 15 jaar”, staat op de Akademia-webstek te lezen. Akademia vindt dat zij “..op so manier maak ‘n groot bydrae tot die vooruitgang van Suid-Afrika en sy mense.”

De minister had het zelfs over racisme, maar inmiddels heeft een groot deel van de Afrikaanssprekenden een andere dan een witte kleur. Het mannetje wil gewoon zijn zin hebben. Dat hij daarbij de taal van de vroegere, uiterst racistische kolonisator dwingend wil opleggen is een tikje pijnlijk. Zijn kennis van de geschiedenis zou misschien wat bijgespijkerd kunnen worden…

Nederlanders praten zo graag Engels

Buitenlandse studentenAls je Nederlandse universiteitsbestuurders voor de voeten werpt dat je het Nederlands te grabbel gooit, dan zullen sommigen zeggen dat ze het Nederlands juist dienen doordat ze Nederlands leren. Dat blijkt dus een sprookje. Nederland is vrij populair bij buitenlandse studenten, er zijn er zo’n 30 0000, maar Nederlands leren ze niet of nauwelijks. Dat houdt ook in dat het overgrote deel van die studenten na de studie weer verdwijnt. Daar gaat je verhaal. Nuffic, die het onderzoek deed, wil daar verandering in aanbrengen door die studenten taalcursussen aan te bieden. Hartstikke mooi, al lijkt het op de vos die de passie spreekt, maar het grote probleem zijn de Nederlanders. Die spreken zo graag Engels dat de buitenlanders nauwelijks kans krijgen om Nederlands te leren. Kyuri Kim (28) kwam vijf jaar geleden uit Zuid-Korea naar Amsterdam om aan het conservatorium te studeren. Maar echt Nederlands leren kwam er niet van. “Ik heb het wel geprobeerd maar Nederlanders praten te graag Engels. Elke keer als ik Nederlands wil praten, schakelt iedereen weer over op Engels.” Raar volk, die Hollanders, behept met een geweldig minderwaardigheidscomplex.

Bron: Metro

Terwijl het Kymrisch (Welsh) het beter doet dan ooit…

Het Nederlands universitair onderwijs gaat fier aan kop als het om de verengelsing gaat. Hieronder een staatje dat sN-voorzitter Jan Roukens heeft gebruikt bij een lezing  die hij in juli in Cardiff heeft gegeven over het verlies aan meertaligheid in Europa en de verengelsing van de Europese universiteiten. Het staatje spreekt voor zich. Roukens noteert dat het in Wales (Kymrië) heel goed gaat met het Kymrisch (Welsh). “Er zijn veel Welshe scholen, er wordt gewerkt aan universitair onderwijs in het Welsh. Ik heb het gezien en gehoord. De conferentie waar ik sprak was geheel in het Welsh, met vertolking naar Engels voor de buitenlanders. Er kon door de buitenlanders wel Engels gesproken worden.” Neal Kinnock, een voormalig Europees commissaris voor administratieve hervorming en meertaligheid en Kymriër, zei in 2003 dat de (bijna) verdwijning van het Welsh geen gevolg is geweest van Engels imperialisme. “In de 19de eeuw leerden Ierse nieuwkomers nog Welsh. De mensen in Wales zelf vonden dat ze Engels moesten leren om het verder in de wereld te schoppen (waarom komt me dat zo bekend voor?). Dat berokkende de taal ernstige schade. Recentelijk is de situatie beter dan die ooit geweest is. De taal wordt onderwezen en gebruikt op de tv. Mijn moeder kreeg nog slaag als ze op school Welsh sprak (hoezo geen taalimperialisme?; as).” Universitair Engels

Help, D66 wordt grootste in Amsterdam!

Volgens de peilingen van Maurice de Hond staat D66 op winst in de komende gemeenteraadsverkiezingen in Amsterdam. De partij van Jan Paternotte zou op 12 zetels komen (+5) en de PvdA op 10, een historisch dieptepunt voor die partij. Volgens de peilingen van het gemeentelijk onderzoeksbureau liggen de partijen gelijk.

D66-lijststrekker in Amsterdam Jan Paternotte is  al jaren een groot voorstander van de verdere verengelsing van Amsterdam. Onlangs pleitte hij er bij het gemeentebestuur voor alle Amsterdamse basisscholen tweetalig te maken. Het valt te verwachten dat als D66 in het Amsterdamse gemeentebestuur terecht komt, meneer Paternotte er alles aan zal doen om zijn anglomane zinnetje door te drijven. D66, de partij van Aad Nuis, die er voor gezorgd heeft dat de taalclausule in de wet op het hoger en wetenschappelijk onderwijs werd opgenomen, waarin gesteld wordt dat Nederlands de taal in het hoger en universitair onderwijs is. Dat daar vervolgens flink de hand mee is gelicht door opeenvolgende ministers van onderwijs, heeft, dacht ik, niet aan Nuis gelegen.

In dit verband valt iets opmerkelijks te constateren. Op 1 februari werd bekend dat burgemeester Eberhard van der Laan en zijn wethouders de Lofprijs der Nederlandse taal 2013 hebben gewonnen. De b&w van Amsterdam hebben tot nu toe nog steeds niet geantwoord op de vraag wanneer zij dat blijk van waardering in ontvangst kunnen nemen. Bij de Sofprijs is dat meer gewoonte dan uitzondering. Bij de Lofprijs is sedert 2004 nog nooit een winnaar geweest die die niet in ontvangst wilde nemen, zelfs, de inmiddels overleden, Gerrit Komrij niet. Zou er een verband zijn met de gemeenteraadsverkiezingen, vraag je je dan af.

Nederlanders blij met Nederlands, zegt Alison

Alison Edwards is een Australische die in het Engelse Cambridge Nederlands studeert. Ze doet onderzoek naar de waardering van de Nederlanders voor hun taal en naar de invloed van het Engels. Een paar weken geleden stelde ze in een vraaggesprek in De Volkskrant dat als Nederlanders zo achteloos met hun taal blijven omgaan, het Nederlands binnen een paar decennia is verdwenen. De buitenlanders moeten ons een spiegel voorhouden, denk je dan in je onschuld.

Maar wat lees ik vandaag in Trouw: Engels geen bedreiging voor het Nederlands. Nederlanders schijnen zelfs gecharmeerd te zijn van hun taal en Nederlands belangrijker dan Engels te vinden. Dat vindt tenminste het merendeel van de 2000 door Alison ondervraagde Nederlanders. Daarmee wordt het geen waarheid. Sommige dingen worden gewoon niet bij democratische meerderheid beslist (Vinden we dat water bij 100 graden Celsius kookt?).

De Australische taalkundige schetst in haar artikel dat het tertiair onderwijs al grotendeels is verengelst, dat dat doorsijpelt naar lagere onderwijsvormen en dat er nu ook op de basisschool meer (les in het) Engels gaat komen. Ze haalt dan vervolgens een vreemde rekentruc uit: meer Engels betekent niet minder Nederlands, maar dat de (taal)taart groter wordt. Mevrouw Edwards mag taalkundige zijn, maar van rekenen heeft ze geen verstand of is er een taalkundige rekenmethode die alle wetten van de rede tart? Ik wil dat niet uitsluiten, maar op het ogenblik houd ik vol dat Alison niet kan rekenen. En ik vraag me natuurlijk af: wat is er gebeurd tussen het vraaggesprek in de Volkskrant en het opinieartikel in Trouw?

Aankondiging van de TiNT-dag op 25 oktober a.s.

Vrijdag a.s. wordt er een dag besteed aan de verdringing in het Nederlandse taalgebied van het Nederlands door het Engels, met volle medewerking van politici en grote delen van het het Nederlandse en Vlaamse onderwijs. Bij de uitnodiging op de stek van de Taalunie stond bijgaande tekst. Ter overdenking van wat we onszelf aandoen. De tekst is enigszins bekort.

“Het Engels wint steeds meer terrein ten koste van het Nederlands. Zo is er aan de universiteiten een groeiende tendens om master- en doctoraatsopleidingen in het Engels aan te bieden en tellen wetenschappelijke publicaties niet meer mee als ze alleen in het Nederlands verschijnen. Op de VUB vindt op 25 oktober 2013 een studiedag plaats over de wenselijkheid van deze evolutie.

Voor economen is het een gunstige ontwikkeling, maar hebben ze gelijk? Kunnen we maar beter afstand nemen van de gedachte dat de moedertaal de cultuur draagt waarbinnen elk individu zich heeft ontplooid? Is het tenslotte niet onze eerste taal die ons creatief denken mogelijk maakt, of ten minste toch aanscherpt, bv. via metaforen? En is het niet onze eerste taal waarin we ons genuanceerd kunnen uitdrukken?

Europa heeft hierover een stelling ingenomen. De Europese burger heeft recht op informatie over en communicatie met de Europese Unie in zijn of haar eerste taal, tenminste als die taal behoort tot de 24 officiële Europese talen. Het is een mooi en weloverwogen principe, maar in de praktijk is ook binnen de Europese instellingen het Engels de belangrijkste werktaal (soms ook nog het Frans en heel af en toe het Duits).

Als zowel onderwijs en wetenschap, als innovatie en beleidsvorming het Engels als eerste taal gebruiken, riskeren we domeinverlies en/of functieverlies in alle andere talen. Dat wil zeggen dat er niet meer ten volle kan worden nagedacht, gedoceerd, gepubliceerd en gediscussieerd over een aantal vakgebieden in die talen omdat de terminologie niet meer actief wordt ontwikkeld. Welke toekomst hebben de andere Europese talen naast het Engels dan in Europa? Is er gevaar voor domein- en functieverlies binnen het Nederlandse taalgebied?

Op deze vragen krijgt u een antwoord van de sprekers tijdens de TiNT-dag (de dag van de Terminologie in het Nederlandse Taalgebied), die op 25 oktober 2013 op de campus van de VUB plaatsvindt. De buitenlandse gastspreker is prof. dr. Marita Kristiansen (Departement Professionele en Interculturele Communicatie (Norwegian School of Economics), Bergen, Noorwegen). Zij is expert op het gebied van vaktaal en communicatie met publicaties over o.a. domeinverlies en taalplanning. Alle andere sprekers zijn Nederlandstaligen die zullen ingaan op de problematiek van domeinverlies en die verslag zullen doen van hun ervaringen met Nederlandstalig terminologie.”