Tagarchief: Rik Torfs

“De universiteit gaat naar de kloten”

Hans Bennis Taalunie
Hans Bennis: …terechte winnaar…(?)

Laat ik beginnen te zeggen dat ik de Week van het Nederlands een prima initiatief vind. Nu de uitvoering nog. In de Brakke Grond in Amsterdam werd er in het kader van die Week een strijd tussen oratoren gehouden over het Engels aan de universiteiten. Moderator, modderetur zei het lieve meisje van de Brakke Grond, was Rik Torfs, voorheen rector-magnificus van de universiteit van Leuven. Saillant detail: Torfs kreeg  in 2016 de Sofprijs der Nederlandse taal juist voor zijn al te coulante houding tegenover het Engels.
De oratoren waren de Tilburgse hoogleraar Willem Drees (inderdaad familie van),  de kersverse TaalUnievoorzitter Hans Bennis en Ad Verbrugge van Beter Onderwijs Nederland. Elk moest een stelling verdedigen, de koppen vóór werden geteld, er kwam een repliekronde en de koppen werden weer geteld. De opkomst was, overigens, buitengewoon mager, zo’n 35 mensen.

Met de stellingen was niet mis (te verstaan). Bennis was er voor dat een onafhankelijke commissie de gebruik van een andere taal dan het Nederlands toetst,  Verbrugge vond dat de universiteiten maatschappelijk verplicht waren om het Nederlands als voertaal te hanteren en Drees vond dat we Engels moesten gebruiken om de studenten voor te bereiden op de mondiale wereld.
Van dat drietal toonde alleen Verbrugge zich een behendig en levendig prater. Bennis stuntelde zich een beetje door zijn verhaal heen en Drees leek het praten in het Nederlands vergeten te zijn (“Nee, bij ons hoeft de koffiejuffrouw geen Engels te praten.”).

Die welsprekendheid mocht Verbrugge niet baten. Als alles klopt, de teller was niet helemaal zeker van zijn zaak, heeft de slechtste spreker (Bennis) gewonnen, als je kijkt naar het resultaat van de stemming. Hij won stemmen terwijl Drees stemmen verloor net als de enige echte orator: Verbrugge. De eerste les van die avond zou kunnen zijn dat je geen cursus retorica met goed gevolg hoeft te doorlopen om mensen voor je standpunt te winnen.

Tenenkrommend

Dat zou het eind van een wat saaie donderdagavond in het Vlaamse cultuurhuis geweest zijn, ware het niet dat Torfs twee deelnemers, toevallig beide van het vrouwelijke geslacht, vroeg waarom ze van mening waren veranderd. De deelnemer die Drees afvallig was geworden stelde dat die in zijn repliek wat dingen had gezegd die haar tot een ander oordeel hadden gebracht. Vervolgens had ze het over van alles en nog wat, ze deed zelf onderzoek naar taalgebruik (begreep ik), maar niets wat Drees ten berde had gebracht.
Ronduit tenenkrommend was de stemverklaring van een student in een vak dat iets met sexuality en culture had te maken (Torfs: “In het Nederlands klinkt dat natuurlijk een stuk slechter.”). Ze sprak Nederlands, maar ik begreep geen bal van wat ze zei. Ook mijn buurvrouw wist niet wat haar bezielde. Torfs leek haar wel te begrijpen, maar die is natuurlijk studenten gewend.
Het is uiteraard zot om op basis van twee reacties en een praatje van een hoogleraar een algemene gevolgtrekking te maken, maar ik ben maar even zo zot. Les twee zou kunnen zijn dat, vriendelijk geformuleerd, de spreekvaardigheid er tegenwoordig op de universiteit niet op vooruit gaat; dan praten we nog maar even niet over de intellectuele vermogens.
Ik weet het. Dit is een waardeloos onderzoekje, zonder een eerdere meting met maar drie proefpersonen. Ik was ontsteld, giftig, ontdaan. Ooit luisterde ik, woordenloze beta, in de revolutionaire jaren van de universiteiten met open mond naar de goedgebekte sociologen en politicologen. Nu hoor ik een hoogleraar, (vermeende) onderzoeker en student praten en dat viel niet mee.

Bennis

Ergens in zijn repliek hoorde ik Bennis mompelen dat het niet de taak is voor universiteiten om Nederlandse studenten Engels te leren. Nederlanders en Nederlandse studenten beheersen die taal meer dan behoorlijk. Het is grappig dat ik daar nooit eerder aan gedacht heb. Er zijn vele argumenten tegen het gebruik van het Engels (als voertaal) aan de Nederlandse en Vlaamse universiteiten aan te voeren, maar dit is natuurlijk wel een van de sterkste.
Na anderhalf uur stond ik weer buiten. Of buiten. Bier hielp me van die kater af. Bennis was de terechte winnaar, besloot ik, al vraag ik me nog steeds af of zijn stelling niet louter een oratorisch middel was…

arno schrauwers